"Samen het roer veroverd"

In de jaren die Erick de Wolf en Monique Extercatte leiding geven aan Deltex heeft niet alleen het bedrijf een omslag gemaakt, maar zijn ze samen ook veranderd. Zonder slag of stoot ging dat niet, stellen ze vast in een tweegesprek. Hij: “Ik wilde duidelijk zijn: gaan we linksaf, dan wordt het niet ineens rechtsaf.” Zij: “Nu is er af en toe ruimte voor een omweg.”

In de bedrijfshal van Deltex lopen gekleurde lijnen over de vloer, als in een sportzaal. Erick de Wolf (50) schilderde ze zelf, kort na zijn aantreden 17 jaar geleden. “Het was de eerste zomer nadat we het bedrijf hadden overgenomen. Ik heb toen bijna in mijn eentje het magazijn opnieuw ingericht. Met gangpaden, vakken, kleuren, nummers. En die lijnen. Toen de mensen van vakantie terugkwamen vroegen ze zich af wat er was gebeurd. Nú gaan we efficiënt werken, dat was mijn idee.” Hij lacht. “Dat ging natuurlijk voor geen meter.”

Monique-en-Erik-zakelijk

In hun langgerekte kantoor hebben ze een werkplek naast elkaar. “Zelfde bed, zelfde bureau”, zal Erick later die middag grappend opmerken. Voor het gesprek zitten hij en Monique (48) nu aan de grote houten designtafel in de showroom. Ook naast elkaar, maar van meet af aan een beetje naar elkaar toe gedraaid. Vanaf de eerste vraag ontspint zich in plaats van een interview vooral een dialoog.
Een jaar hebben ze er destijds voor uitgetrokken om na te denken of ze er in zouden stappen, het bedrijf in beddengoed dat de vader van Monique met zijn broer had opgebouwd. Monique’s broer Mark had Deltex na het overlijden van Extercatte senior gaande gehouden, samen met zijn moeder. Maar zag zichzelf er niet oud worden.

Droom
Monique en Erick leerden elkaar kennen in Rotterdam, waar zij werkte bij uitzendbedrijf Vedior. Na haar opleiding in PR en marketing had ze eerst een paar jaar als stewardess gevlogen voor Martinair. Erick was als bedrijfseconoom actief voor multinational SHV. Een eigen productiebedrijf op termijn was weliswaar zijn droom, maar daarbij had hij iets anders voor ogen dan wat er nu in Delden op hem wachtte. “Dit was een klein bedrijf en mijn ambities waren groot”, verklaart hij de lange bedenktijd.

 

Monique: “Je hebt ooit wel eens tegen een baas gezegd dat je over een jaar op zijn stoel zou zitten.”
Erick lijkt verrast door deze directe onderbreking, maar reageert dan met ironie: “Zo ben ik nog steeds.” Monique, op plagende maar besliste toon: “Nee, zo ben je niet meer.” Haar man, toegeeflijk: “Ik ben politieker geworden.”

Onlogisch
De medewerkers van destijds keken de kat op z’n Twents uit de boom. “Ik heb toen geleerd wat joa joa betekent”, zegt Erick lachend. Hij maakte in het begin nog wel eens de grap dat er weinig verschil is met de LPG-markt, waar hij vandaan kwam: “Het heeft allebei met verwarming te maken.” Natuurlijk was dat grootspraak, maar: “Ik zag veel dingen die onlogisch waren. En dan is ‘we hebben het altijd zo gedaan’ een dooddoener.” Monique: “Ze hebben het je best moeilijk gemaakt.” Erick, zacht: “Misschien heb ik het mezelf moeilijk gemaakt.”

Hij vertelt hoe er na een paar maanden een brief kwam van het ministerie van defensie, als reactie op materiaal dat Monique’s broer eerder had opgestuurd in het kader van een aanbestedingsprocedure. “Die brief kwam als een complete verrassing. Er stond in wat er moest worden verbeterd als we mee wilden doen. Binnen twee maanden lag er een offerte.” Deltex kwam als beste uit de bus en mocht zogenoemde nachtlegering gaan leveren voor alle krijgsmachtonderdelen. Dekbedden, kussens en later ook matrassen en bedtextiel. “Dan heb je het over orders in de orde van grootte van 7000 dekbedden of 20.000 overtrekken. Binnen vier weken te leveren. Dat hebben we twaalf jaar lang gedaan. En onlangs hebben we opnieuw een contract met Defensie afgesloten.”

Erik-in-de-fabriek

Duidelijk
Monique brengt het gesprek terug op de weerstand uit het begin. “Eigenlijk ging je er vooral níet mee om”, zegt ze.
Erick: “Ik wilde duidelijk zijn. Gaan we linksaf, dan wordt het niet ineens weer rechtsaf.”
Monique: “Nu is er af en toe ruimte voor een omweg.”

Het heeft, constateert Monique, wel een jaar of zeven geduurd voor ze een beetje grip kregen op de bedrijfsvoering. Erick, nuancerend: “Nou, voordat het de kant op ging die we voor ogen hadden.” Dat wil zeggen: met de focus op de markt, in plaats van op de productie. Aanvankelijk bemoeide Erick zich zelf nog actief met het productieproces. “Maar dat gaf me geen energie. Mijn hart gaat veel meer uit naar marketing, concept-ontwikkeling, het binnenhalen van orders en het lange termijnbeleid.” Inmiddels staat er een managementteam dat op alle taken is berekend.